| |
Trauma
en de hersenen
Psychotrauma
en stress hebben invloed op hersenprocessen. Bepaalde,
soms in eerste instantie onbegrijpelijk gedragingen, kunnen
geïnitieerd worden door een activatie van het traumageheugen.
Bessel van der Kolk, een bekende wetenschapper op trauma
gebied, beschrijft hoe sommige vrouwelijke cliënten
gedurende contacten met hem of met andere mannelijke hulpverleners
plots veranderden. Zij werden ineens agressief en geagiteerd,
terwijl zij daarvoor nog vriendelijk en rustig waren.
Hij vroeg zich af waarom deze vrouwen opeens anders werden
wanneer "een man aandacht aan hen gaf". Hij
kwam erachter dat deze vrouwen allen misbruikt waren en
dat wanneer zij alleen met "een vragenstellende man"
in een kamer verbleven, zij teruggevoerd werden in hun
trauma's. Hun lichamen reageerden alsof zij opnieuw gemolesteerd
werden, hartslag en spierspanning namen toe en deze vrouwen
reageerden plots emotioneler. Het leek alsof de meegemaakte
trauma's de fysiologische arousal/opwindingsmechanismen
verstoord hadden. Deze vrouwen waren niet goed meer in
staat echt gevaar van geen gevaar te onderscheiden. Hun
lichaam reageerde op veel stimuli alsof zij weer bedreigd
werden, terwijl dat (meestal) niet het geval was.
Ernstig psychotrauma kan de balans in de hoeveelheid stresshormonen
verstoren, en daarmee het gehele zenuwstelsel beïnvloeden.
Door complex fysiologische processen kunnen traumatische
herinneringen als het ware geblokkeerd raken en niet verwerkt
worden. Deze traumaherinneringen blijven daardoor gelegen
in oerdelen van de hersenen; de non-verbale, niet bewuste,
subcorticale regio's (amygdala, thalamus, hippocampus,
en hersenstam), waar zij niet bereikbaar zijn voor de
corrigerende functie van de frontale hersenen. In deze
frontale hersenen bevinden zich de functies; nadenken,
redeneren en communiceren. Het is echter ons lichaam dat
na onverwerkt trauma ons controleert en beheerst bij een
triggering van trauma-herinneringen, en niet onze bewuste
keuze. Het lichaam besluit voor ons waarop we wel en waarop
we niet reageren.
Dit blijkt ook uit onderzoek. Van der Kolk keek met behulp
van scans naar de activiteit in de hersenen van getraumatiseerden
en vond dat wanneer deze mensen aan hun trauma dachten
de linker frontale cortex geen activiteit meer vertoonde,
met name het gebied van Broca (spraakcenter), terwijl
gebieden in de rechter hemisfeer die gekoppeld waren aan
emoties en opwinding (arousal) juist heel veel activiteit
vertoonden.
De gevolgen hiervan zijn dat wanneer mensen aan onverwerkte
trauma's denken, of wanneer zij getriggerd worden, bijvoorbeeld
door een "vragenstellende mannelijke hulpverlener",
hun mogelijkheid om over het trauma te praten afneemt
en hun emotionaliteit en fysieke arousal toeneemt. Ook
Freud kwam mogelijk al tot een zelfde conclusie nadat
hij in aanraking was gekomen met slachtoffers van de eerste
wereldoorlog; "During his study of war neuroses,
Freud adds another peculiarity: A (psycho)trauma is an
element of the Real that cannot be put into words, thus
causing the impossibility of a normal discharge (Verhaeghe,
P., 1998.)"
Therapieën om trauma's te behandelen dienen bottom-up
therapieën te zijn, dus vanuit de oerdelen van de
hersenen, te beginnen met een prikkeling van de daar gelegen
affectief geladen herinneringen en geen top down processen
zoals alleen praattherapie. EMDR is een voorbeeld van
een behandeling waarbij de oerhersenen worden gestimulleerd,
dus waarbij een bottom-up proces wordt gegenereerd.
Kolk,
B, McFarlene A. and Weisaeth, L. (1996). Traumatic stress.
The Guilford Press; London.
Verhaeghe, P. (1998) Trauma and hysteria within Freud
and Lacan, in The Letter. Lacanian Perspectives on Psychoanalysis,
pp. 87 - 106
|
|